Rocamadour is een stad in Frankrijk, in het Centraal Massief, departement Lot. De stad is na Lourdes de meest bezochte bedevaartsplaats van Frankrijk.
De stad is gebouwd op een rots midden in de Causse de Gramat, een uitgestrekt leisteenplateau en onderdeel van de Causses du Quercy. Boven op de rots ligt een burcht. Via een slingerend pad (of een lift voor de mindervaliden) kan men het heiligdom bereiken, een reeks van kapellen met fresco's en een kerk. Via een trap, waarin vele fossielen van mariene herkomst zichtbaar zijn, komt men onderaan de berg. Daar ligt het zeer toeristische stadje met zijn nauwe straatjes.
De naam van deze heilige plaats is van het Occitaanse 'roc amator'; de rots van Amadour. Deze rots is in de vroege middeleeuwen uitgekozen door een Sint-Amadour als woonplaats.
Sint-Amadour leidde een kluizenaarsbestaan en wordt in een legende geïdentificeerd met Zacheüs, een leerling van Jezus. Hij is ook de man van Sinte-Veronica, met wie hij samen vanuit het Heilige Land hier naartoe vluchtte.
In de 12e eeuw werd het lichaam van Sint-Amadour nog geheel intact en onaangetast aangetroffen in een tombe in de bergwand. Het lichaam werd in de kapel gelegd waar men vervolgens op zijn wederopstanding wachtte, die echter niet kwam. Later is het lichaam door de protestanten tijdens een van de vele godsdienstoorlogen verbrand.
Rocamadour werd een zeer populaire bedevaartsplaats op de weg van Noord-Europa naar Santiago de Compostella. Veel bekende mensen kwamen naar Rocamadour op pelgrimstocht, waaronder koning Lodewijk de Heilige en Hendrik III van Engeland die in Rocamadour op wonderbaarlijke wijze genezen zou zijn van een ziekte.
Naast de tombe van Sint-Amadour is de Zwarte Madonna van Rocamadour een belangrijke reden voor een pelgrimsbezoek.