Mattemburgh is één van de meest bijzondere landgoederen van Brabant. Het is gelegen in de gemeente Woensdrecht in de zone waar de hoge zandgronden overgaan in de veel jongere zeekleigronden. Mattemburgh werd in 1970 door Brabants Landschap aangekocht van de Graaf de Chambure, op het uitdrukkelijke verzoek van zijn echtgenote, Gravin de Chambure - Cuypers. Tegelijkertijd werd het huis met het 17 hectare grote park aan Brabants Landschap geschonken. Dit deel van het landgoed is genoemd "Schenking Gravin de Chambure - Cuypers".
Tijdens de Franse overheersing werden de gronden verkocht aan de heer P.J. Cuypers. Na zijn overlijden stichtte zijn weduwe Maria van Mattemburgh de villa, die in 1847 gereed kwam. Haar zoon en kleinzoon breidden het bezit uit, verfraaiden de villa en legden tussen 1882 en 1885 op de Zuidgeestse Heide de thans nog bestaande bossen aan. De tuin werd in de periode 1843 - 1878 in verschillende fasen aangelegd. Allereerst werd de Engelse tuin rond de villa aangelegd, later de binnentuin en tenslotte de Franse tuin met orangerie. In het bosgebied van Mattemburgh wordt de natuur al tientallen jaren een vrije ontwikkeling gegund. Het bosbeeld is hierdoor allesbehalve saai te noemen. Oude dennen sterven en blijven staan tot ze in elkaar zakken en wegrotten. De stervende en gestorven bomen vervullen in de kringloop van het bosmilieu hun natuurlijke functie, net als in een echt oerbos. In dit zeer gevarieerde milieu groeien talrijke paddestoelen, mossen, korstmossen en kruiden. Op deze ongekende rijkdom aan lagere en hogere plantensoorten komen weer dieren af. Het bosgebied van Mattemburgh is ook beroemd door de vele soorten spechten en andere holenbewoners. De ontwikkeling van echt natuurlijk bos op voedselarm zand is in deze omvang voor Nederland uniek te noemen.