Gent ontstond uit Keltische woonkernen in het gebied van de monding van de Leie in de Schelde. In de middeleeuwen groeide Gent onder impuls van een bloeiende wolnijverheid uit tot een van de grootste steden van Europa. Na een korte calvinistische periode kende de stad een zeker verval dat pas keerde tegen het einde van de 18e eeuw, toen de katoennijverheid Gent tot één van de eerste industriesteden van het Europese vasteland maakte. Vandaag vormen vooral de haven en de universiteit de economische polen van de stad.